Een denkprikkel zet de kinderen aan het denken doordat het vragen, verwarring of verwondering oproept. Een hé, dat is gek gevoel. Dat kan van alles zijn, verhalen, gedichten, foto’s, schilderijen, krantenartikelen, etc. Het is een leuke, prikkelende start voor een gesprek waaruit een onderzoeksvraag volgt die je samen kan onderzoeken. Hieronder vind je wat voorbeelden van denkprikkels.
Verhalen
De meeste, wat betere, boeken hebben een dubbele laag in het verhaal. De bovenste laag het avontuur, daaronder bijvoorbeeld inzichten over het leven of de mens. In die diepere lagen zitten vaak thema’s verstopt waar je met kinderen over kunt nadenken. Dit geldt voor veel prentenboeken maar ook voor jeugdboeken. Denk bijvoorbeeld aan thema’s als vriendschap, goed en kwaad en eerlijkheid.
Gedichten
Dichters kijken vaak op een bijzondere manier naar de werkelijkheid. Ze maken het gewone ongewoon en laten zo verwondering ontstaan. Vanuit die verwondering kun je goed filosoferen. Dus start een gesprek eens met het voorlezen van een gedicht. Bijvoorbeeld met de boeken ‘Nooit denk ik aan niets’ en ‘Was de aarde vroeger plat?’. Deze gedichtenbundels staan vol met gedichten die je kunt gebruiken als start voor je gesprek.
Beeld: foto en schilderijen
Soms kom je een foto tegen waarbij je jezelf meteen vragen kunt stellen. Zoals bijvoorbeeld bij het inmiddels beroemde jurkje dat de ene helft van de mensen als blauw zag en de andere helft van de mensen als goudkleurig (2015). Je kunt de afbeelding vinden door ‘blauw goud jurkje’ te googelen. Dan kun je de filosofische vraag stellen: Kunnen we onze zintuigen vertrouwen? Maar je kunt beeldende kunst op nog veel meer manieren inzetten. De activiteitenset Kladje de Kunstenaar geeft volop inspiratie om kunst te gebruiken bij je filosofische gesprekken.
Actualiteiten
Het nieuws kan heel goed aanleiding zijn voor filosofische gesprekken. Denk aan de bultrug die een aantal jaar geleden werd gevonden op het strand van Texel. Moeten mensen wilde dieren helpen? Of toen in de dierentuin van Kopenhagen een natuurlijk gestorven giraf aan de leeuwen werd gevoerd had je kunnen vragen: mag je een dode dierentuingiraf aan de leeuwen voeren? Als er een sexting misbruik geval in het nieuws is: mag je foto’s van een ander op je social media plaatsen? Als iemand ontslag krijgt omdat hij een hoofddoek draagt: mag een ander bepalen hoe je eruitziet? En zo staat de krant vol met interessante ethische kwesties. Je moet dan wel opletten dat het geen discussie wordt, maar ook echt een dialoog blijft. Die doe je door gezamenlijk alle ideeën en voors en tegens te onderzoeken. In een discussie zou je proberen de ander te overtuigen van jouw mening. (Zie ook Moeilijke gesprekken en taboe-onderwerpen)
Tekenopdracht
Het maken van een tekening is ook een goede start voor een denkgesprek. Ten eerste zorgt de tekenopdracht ervoor dat alle kinderen tijdens het maken van de tekenopdracht in rust over het thema nadenken. Tijdens het tekenen denk je op een andere manier dan als je praat. Als je tekent, werken je ratio en creativiteit samen. Zo kan als het ware ook het wijze onbewuste en je intuïtie meedoen bij het denken. Bovendien houden vrijwel alle kinderen van tekenen! Dus de betrokkenheid bij het denkgesprek neemt door de start met een tekenopdracht enorm toe. In het spel Denktekenen vind je 45 tekenopdrachten om een gesprek mee te starten.
Maar er zijn nog meer mogelijkheden. Zo liet ik een groep kinderen tijdens de eerste les die ik hen gaf heel bewust met al hun zintuigen een rozijn ervaren en proeven. Daarna mochten de kinderen een vraag opschrijven die bij ze opkwam. Met een van die vragen gingen we aan de slag, dat was de vraag: wordt alles bijzonder als je al je zintuigen gebruikt? Het werd een mooi gesprek. Aan het eind vroeg Eline (8) of we elke les zo’n denkprikkel zouden gebruiken. Waarop ik zei: ‘Elke les begint met iets wat je aan het denken zet. Dat kan een verhaal zijn, of een foto, een filmpje, een activiteit, van alles.’
‘Oh,’ zegt Hannah (7), ‘dus die denkprikkel dat is eigenlijk een soort zaadje waar iets moois uitgroeit.’
Ik had het niet mooier kunnen omschrijven.

