Denken over denken

Tijdens een eerste filosofieles op een school in Groningen vertel ik dat filosoferen o.a. denken over denken is. De kinderen reageren verbaasd.

‘Denken? Wat valt daar nou over te denken?’ roept Jasper.

‘Kun je uitleggen wat denken is dan?’ vraag ik.

‘Nou, gewoon, dingen bedenken.’ Jasper stopt zijn hoofd een beetje weg tussen zijn schouders.

‘Het lijkt of je niet helemaal tevreden bent over het antwoord.’

‘Tja, denken is dingen bedenken, klinkt een beetje uh…’

‘Dom,’ maakt Josefien de zin af.

‘Kun jij het proberen uit te leggen?’

‘Uh, nou, uh … denken is gedachtes hebben?’ Josefien moet lachen. Deze omschrijving is niet veel beter.

‘Moeilijk he … Laten we het eens anders proberen, kunnen dieren denken?’

 

Ik doe dit omdat het kan helpen onderwerpen via zij-ingangen te benaderen. Als je recht in het licht kijkt, zie je immers niets. Kleinere deelvragen werpt een beter licht op de hoofdvraag.

‘Een dier denkt met instinct,’ probeert Bien.

‘Zijn lichaam denkt,’ gaat Jasper verder. ‘Hij heeft honger, dus gaat hij eten zoeken. Hij is bang, dus hij rent weg. Hij is meer een beetje geprogrammeerd, zo van als dit, dan dat.’

‘Ja, precies,’ roept Oscar, ‘dat is toch instinct. Je instinct denkt sneller dan je gezond verstand. Dat kun je niet zomaar uitzetten. Daar moet je slim voor zijn.’

‘Zijn mensen dat?’

Er wordt bevestigend geknikt.

‘En baby’s dan?’

‘Eerst is een baby een beetje als een dier. Maar zijn hersenen doen iets met wat hij meemaakt. De eerste keer dat een baby een hete kachel ziet, denkt hij niets en brandt hij zijn handen. De volgende keer raakt hij de kachel niet aan,’ legt Lieke uit.

‘Dat is met een hond ook zo,’ merkt Bien op.

‘Ja, maar een baby gaat taal leren en dan wordt het anders.’

‘Heeft denken met taal te maken dan?’

‘Als je droomt, dat gaat in plaatjes,’ bedenkt Jasper.

‘Is dromen ook denken?’

‘Nee,’ vindt Oscar. ‘Dat doe je niet echt expres. Dat gaat vanzelf.’

‘Is het dan zo dat denken expres gaat, dat je er de baas over bent?’

‘Hm,’ peinst hij, ‘ … soms moet je steeds aan iets denken terwijl je dat niet wil. Iets verdrietigs of zo.’

‘Je moet niet denken daar mag ik niet aan denken. Je moet expres aan iets anders denken,’ beweert India.

‘Bij verdriet lukt dat niet goed,’ vindt Bien.

‘En als je bang bent?’

Jasper antwoord: ‘Dan kun je niet zo goed denken.’

‘Je hebt dan wel allemaal gedachtes,’ brengt Oscar ertegenin. ‘Van o als het karretje maar niet uit de baan vliegt of wat als de gordel kapot is.’

‘Dat zijn nutteloze gedachten,’ roept Josefien.

‘Is denken nuttig dan, heeft dat altijd een doel?’

‘Denken gaat wel beter als je een doel hebt.’

‘Ja,’ beaamt Oscar, ‘als je bijvoorbeeld een antwoord op een vraag wil vinden.’

‘We hadden een vraag, namelijk Wat is denken?

‘Maar we hebben nog geen antwoord,’ lacht Oscar. ‘Ik had echt niet verwacht dat je zoveel kon nadenken over denken.’

En dan hebben we het nog niet eens gehad over hoe je goed moet denken.

 

Spellen om een filosofisch gesprek te starten

Denktekenen

Denktekenen

Weet jij wat macht is, vrijheid, je ziel, de tijd of het nu? Een woordenboek geeft een antwoord, maar iedereen denkt er anders over. Met 45 tekenopdrachten en filosofische vragen ontdek je al tekenend je eigen ideeën.
Je kunt alleen werken of samen tekenen en praten. Met illustraties en tekentips van Pieter van Dijken.

Doos van Kladje de Kunstenaar

Kladje de Kunstenaar

Haal meer uit je CKV-lessen met Kladje de Kunstenaar! Er wordt veel verrassende, gekke, boos makende, wakker schuddende, grappige, mooie, aan het denken zettende en bijzondere kunst gemaakt. Dit soort kunst is de basis voor dit doosje met 40 activiteitenkaarten vol creativiteit, inspiratie, kijkplezier en denkprikkels. Bij deze activiteiten komt een brede variatie aan kunststromingen en kunstenaars voorbij.