Gespreksfragment: Bestaan kabouters?

“De kabouter is onecht omdat hij niet leeft”
Feline bekijkt de plastic tuinkabouter van alle kanten alsof ze een bioloog is die een nieuw soort sprinkhaan heeft ontdekt. Dan komt ze met haar conclusie. “Ik zeg dat het onecht is omdat het geen echte kabouter is.”
“Kabouters bestaan ook niet echt,” voegt Olaf er nuchter aan toe.
Finn weet het zo net nog niet. “Misschien is het wel een echte kabouter en dat hij zich zo stijf houdt omdat hij niet wil dat er onderzoek met hem gedaan wordt.”
Jeroen kijkt er anders naar. “Deze kabouter is van plastic, hij is gemaakt in een fabriek, hij heeft allemaal verfjes dus hij is echt.”
Olaf blijft tegen. “Deze kabouter is niet echt want echte tuinkabouters zijn van steen en deze is van plastic.”
“Wie zegt dat?” roept Feline verontwaardigd. “Staat dat in de wet of zo? We hebben kabouters nog nooit anders gezien dan zo, dus is het een echte kabouter. Het maakt niet uit waar hij van gemaakt is.”
Demonstratief vouwt Olaf zijn armen over elkaar. “Je weet gewoon de kabouter leeft niet want anders hadden we hem ooit wel ergens echt gezien.”
Daar heeft Feline wel een antwoord op. “Dat je hem nog nooit hebt gezien, betekent niet dat hij niet echt is. Soms wordt er ook ineens een nieuw dier ontdekt, die hadden we ook nog nooit eerder gezien. Hij kan ook stiekem onder de grond leven.”
“En misschien heeft wel ooit iemand een kabouter gezien,” valt Jeroen haar bij, “hoe hebben we anders een kabouter kunnen bedenken? Een kabouter is gewoon te leuk en grappig om niet waar te zijn.”
“Hij is niet echt want je kunt hem kapot gooien.” Dreigend pakt Olaf de kabouter op.
‘Pff,’ blaast Feline, “een echte kabouter kun je ook kapot gooien. Ik kan jou toch ook kapot gooien? Maar eigenlijk kun je nooit zeker weten of iets echt is.”
“Ik ben echt!” roept Olaf.
Olaf en Feline discussiëren samen verder.
“Hoe weet je dat zo zeker?”
“Ik kan praten, ik kan lopen. De kabouter is onecht omdat hij niet leeft.”
“In je fantasie kan een kabouter wel leven. Hoe kunnen we iets fantaseren wat helemaal niet bestaat?”
“Misschien dat we het af hebben genomen van de lilliputters? De mensen hebben kabouters bedacht dus is hij onecht.”
“Dus zijn dingen die je bedenkt onecht? Bovendien, misschien bestaat het wel ergens, dat weet je niet. Misschien loopt er wel ergens net zo’n kabouter.”
“Dat kan niet.”
“Hoezo? Hoe kan de mens dan dingen bedenken die nooit bestaan hebben?”
Olaf en Feline kunnen nog wel even doorgaan, maar de rest van de groep, die discussie volgde als een tenniswedstrijd, het hoofd steeds draaiend van links naar rechts en weer naar links, begint bij elk argument moelijker te kijken. Tot Finn uitroept: “Pff, zullen we verder gaan met een ander onderwerp? Ik snap er niets meer van. Mijn hersens gaan ervan kraken.”
“Ja, dat is echt zo,” vindt ook Olaf.
“Ja, dat is echt, dat weten we wel zeker,” bevestigt Feline.

Spellen om een filosofisch gesprek te starten

Denktekenen

Denktekenen

Weet jij wat macht is, vrijheid, je ziel, de tijd of het nu? Een woordenboek geeft een antwoord, maar iedereen denkt er anders over. Met 45 tekenopdrachten en filosofische vragen ontdek je al tekenend je eigen ideeën.
Je kunt alleen werken of samen tekenen en praten. Met illustraties en tekentips van Pieter van Dijken.

Doos van Kladje de Kunstenaar

Kladje de Kunstenaar

Haal meer uit je CKV-lessen met Kladje de Kunstenaar! Er wordt veel verrassende, gekke, boos makende, wakker schuddende, grappige, mooie, aan het denken zettende en bijzondere kunst gemaakt. Dit soort kunst is de basis voor dit doosje met 40 activiteitenkaarten vol creativiteit, inspiratie, kijkplezier en denkprikkels. Bij deze activiteiten komt een brede variatie aan kunststromingen en kunstenaars voorbij.