Gespreksfragment: Misschien staat die muur er wel helemaal niet!

“Onze hersenen houden ons eigenlijk voor de gek, die draaien om wat we zien, want onze ogen zien eigenlijk op de kop.” Jurre heeft net uitgelegd hoe het oog werkt en sluit met deze wijsheid zijn verhaal af.

“Dan houden onze hersenen ons toch niet voor de gek? Ze verbeteren het oog want de wereld staat niet op zijn kop,” vindt zijn klasgenoot Anna.

‘Hoe weet je dat zo zeker?’ vraagt Jurre.

Deze plusklas heeft vaker gefilosofeerd. Een ervaren klas gaat altijd zelf de hoe-weet-je-dat-zo-zekervraag stellen. Daaruit volgt bijna automatisch de stel-datstand, herkenbaar aan de vele misschiens die dan in het gesprek voorbij komen. Jurre heeft met zijn kwestie twaalf kinderen in de denkstand gezet.

“Misschien verbeteren onze hersenen nog wel meer.”

“Nou, sowieso is niets wat het lijkt, bijvoorbeeld als je nog niet het hele plaatje ziet. Daar tussen die twee vaasjes zie ik iets van glas,” Jurre wijst naar de vensterbank, “dan denk ik dat het een glas is. Maar als ik die andere twee vaasjes weghaal, zie ik dat het ook een vaas is.”

“Soms zie je iets omdat je denkt dat het logisch is. Dan vult je kennis het in.”

“Ja, je koppelt iets aan wat je al eerder hebt gezien terwijl dat misschien helemaal niet zo is. Dat vul je dan in. Zie je sproeten, dan denk je rood haar.”

“Het is ook maar net waar je op let. Als je heel erg op neuzen let, valt iemands haarkleur je misschien niet op en die sproeten wel.”

“Sproeten vallen ook op, daar gaat je aandacht gewoon naartoe.”

“Hoe zit het met vooroordelen dan? Als je iemand op een bankje ziet liggen slapen wat denk je dan?”

“Dat het een zwerver is. Logisch toch. Je gaat normaal toch niet op een bankje slapen. Dat is gewoon raar.”

“Je kan toch moe zijn. Je kan best een huis hebben en toch op een bankje willen slapen.”

“Misschien is zijn huis afgebrand of iets anders ergs.”

“Als je een trauma hebt, zie je de dingen ook anders. Als je ooit door een hond gebeten bent, zie je in elke hond iets gemeens. Terwijl ik misschien vind dat het hondje er lief uit ziet.”

“Waar je van overtuigd bent, dat zie je. Als je denkt dat alle honden agressief zijn en je ziet een hond dan zie je gewoon een agressieve kop met gemene ogen.”

“Misschien zien we alles om ons heen wel omdat we ervan overtuigd zijn dat het er is. Dan geloven we zo hard dat daar een muur staat, dat we die muur ook voelen.”

“Misschien bestaat er wel helemaal niks, alleen ik en bedenken mijn hersenen de rest. Dan bedenken mijn hersenen ook dat mijn hersenen omdraaien wat mijn ogen zien en dat jullie daarover praten,” speculeert Jurre.

“Zouden we onszelf zo voor de gek kunnen houden?” vraagt Anna verbaasd.

Wat kan een filosofische onderzoeksgroep hier anders op antwoorden dan:  “Dat kunnen we nooit zeker weten.”

 

Spellen om een filosofisch gesprek te starten

Denktekenen

Denktekenen

Weet jij wat macht is, vrijheid, je ziel, de tijd of het nu? Een woordenboek geeft een antwoord, maar iedereen denkt er anders over. Met 45 tekenopdrachten en filosofische vragen ontdek je al tekenend je eigen ideeën.
Je kunt alleen werken of samen tekenen en praten. Met illustraties en tekentips van Pieter van Dijken.

Doos van Kladje de Kunstenaar

Kladje de Kunstenaar

Haal meer uit je CKV-lessen met Kladje de Kunstenaar! Er wordt veel verrassende, gekke, boos makende, wakker schuddende, grappige, mooie, aan het denken zettende en bijzondere kunst gemaakt. Dit soort kunst is de basis voor dit doosje met 40 activiteitenkaarten vol creativiteit, inspiratie, kijkplezier en denkprikkels. Bij deze activiteiten komt een brede variatie aan kunststromingen en kunstenaars voorbij.